Edelstenen

“Ik ga na de thee even naar het groene huis om te kijken waar Marilla heen is en met welke reden,” concludeerde de waardige vrouw tenslotte. “Hij gaat normaliter niet naar het dorp in deze tijd van het jaar, en hij gaat nooit nooit langs. Als zijn knolzaad op zou zijn, zou hij zich niet netjes kleden en de paardenwagen pakken, noch reed hij snel genoeg om haast te lijken hebben. Toch moet er gisteravond iets zijn gebeurd waardoor hij is vertrokken. Het is me een raadsel en ik zal geen seconde rustig tegen zitten tot ik weet wat Matthew Cuthbert ertoe aanzette om vandaag Avonlea te verlaten.”

En mevr. Rachel ging inderdaad na de thee op weg. Ze hoefde niet ver te lopen: het grote, rammelige huis omgeven door boomgaarden en waar de Cuthbert-familie woonde, was slechts enkele honderden meters vanaf Lynde. De lange laan maakte het nog net een stukje verder. Mattew Cuthberts vader, zo verlegen en stil als zijn zoon na hem, was zo ver mogelijk weg van zijn collega-mannen gegaan zonder daadwerkelijk zich te hebben teruggetrokken in het woud, toen hij zijn thuis stichtte. Het groene huis was gebouwd op de verste hoek van zijn kale land, waar het tot op vandaag nog altijd staat, nog net te zien vanaf de hoofdweg waarlangs alle andere huizen in Avonlea op sociale wijze waren gegroepeerd. Mevr. Rachel Lynde vond een dergelijk huis totaal niet woonwaardig.

“Het blijft maar wat staan,” zei ze terwijl ze over de met gras bedekte weg met diepe voren en met wilderozenstruiken in de berm. “Geen wonder dat Matthew en Marilla beide een beetje vreemd zijn, als ze zo ver naar achter en op hunzelf wonen. Bomen zijn niet gezellig, en zelfs als ze dat al waren, weet ik niet of er genoeg van ze zijn. Ik kijk liever naar mensen. Ach, ze lijken tevreden te zijn. Maar ze zijn ’t dan ook gewend. Een lichaam kan aan alles wennen, zelfs aan de galg, zoals de Ier zei.”

Dat gezegd hebbende stapte mevr. Rachel van het pad in de achtertuin van het groene huis. De tuin stond vol groen en was zeer strak bijgehouden, met aan een kant imposante wilgen en aan de andere zwarte populieren. Er was geen zwervende tak of steen te bekennen; die zou mevr. Rachel immers zijn opgevallen. Zelf meende ze dat Marilla Cuthbert haar tuin net zo vaak aanveegde als zij haar huis aanveegde. Je zou er van de grond hebben kunnen eten.

Afbeelding van edelsteen door Emil Hochdanz. CC0

%d bloggers liken dit: