Fossielen

Op een middag in de eerste weken van juni zat ze daar. De zon schitterende door het raam, de boomgaard op de helling onder aan het huis stond in bloei met roze-witte bloemen die niet zouden misstaan op een bruiloft, en de lucht werd gevuld door het gezoem van honderden bijen. Thomas Lynde, een verlegen kleine man die de dorpelingen van Avonlea ‘Rachel Lyndes echtgenoot’ noemde, zaaide zijn laatste knolzaad op het heuvelveld achter de schuur, en Matthew Cuthbert zal het zijne wel aan het zaaien zijn op het grote veld bij de rode beek, vlakbij het groene huis. Mevr. Rachel vermoedde dat laatste omdat zij hem de avond tevoren in de winkel van William J. Blair in Carmody aan Peter Morrison had horen zeggen dat hij van plan was zijn knolzaad de volgende middag te zaaien. Dat had Peter hem natuurlijk gevraagd, want Matthew Cuthbert zou nooit uit zichzelf iets over zijn leven delen.

En opeens was daar Matthew Cuthbert, om half drie op de middag van een drukke dag, en reed hij kalm door het dal en over de heuvel. Opvallend was dat hij over een strak wit hemd zijn beste kleren droeg, wat erop wees dat hij verder dan Avonlea zou gaan. Hij reed op zijn paardenwagen met de roodbruine merrie, dus hij moest best een stuk. Maar waar ging de reis van Matthew Cuthbert heen, en met welk doel?

Als het iedere andere man van Avonlea had betroffen, dan had mevr. Rachel wel een en ander bij elkaar opgeteld en een goede gok kunnen wagen. Maar Matthew verliet zo zelden zijn huis dat hij moest zijn gedreven door iets belangrijks en ongewoons. Hij was de meest verlegen man die je maar kennen kon en had er een hekel aan om zich onder vreemden te mengen of naar een plek te gaan waar hij moest praten. Matthew gekleed in zijn witte hemd en op een paardenwagen, was een zeldzaam verschijnsel. Mevr. Rachel kon maar geen reden bedenken, hoe hard ze ook nadacht. Haar middag was verpest.

Afbeelding van fossiel door Emil Hochdanz. CC0

%d bloggers liken dit: